Zelfinzicht & Persoonlijkheid

Perfectionisme: wanneer goed nooit goed genoeg voelt

Perfectionisme wordt vaak als een positieve eigenschap gezien. Wie perfectionistisch is, werkt nauwkeurig, legt de lat hoog en wil kwaliteit leveren.…

Perfectionisme wordt vaak als een positieve eigenschap gezien. Wie perfectionistisch is, werkt nauwkeurig, legt de lat hoog en wil kwaliteit leveren. In een professionele omgeving kan dat veel waardering opleveren. De perfectionistische medewerker controleert een rapport nog een keer, bereidt een presentatie grondig voor en neemt verantwoordelijkheid wanneer iets belangrijk is. Toch heeft perfectionisme ook een andere kant. Wanneer goed nooit goed genoeg voelt, kan streven naar kwaliteit veranderen in voortdurende druk. Het probleem zit dan niet zozeer in het hebben van hoge ambities, maar in wat er gebeurt wanneer je niet aan je eigen verwachtingen voldoet.

Hoge standaarden zijn niet automatisch problematisch

Wetenschappelijk onderzoek maakt al langere tijd duidelijk dat perfectionisme geen volledig eenduidig construct is. Onderzoekers zoals Frost, Hewitt en Flett beschreven verschillende dimensies, terwijl latere onderzoekers onder andere onderscheid maakten tussen perfectionistic strivings en perfectionistic concerns. Perfectionistic strivings verwijst grofweg naar het nastreven van zeer hoge standaarden; perfectionistic concerns gaat sterker over bezorgdheid over fouten, zelfkritiek, twijfel en angst om niet aan verwachtingen te voldoen.

Dat onderscheid is belangrijk. Er is niets mis met kwaliteit willen leveren of ambitieuze doelen stellen. Hoge persoonlijke standaarden kunnen samengaan met inzet, doorzettingsvermogen en ontwikkeling. Belastender wordt het wanneer presteren sterk verbonden raakt met zelfwaardering en fouten moeilijk te verdragen zijn. Een fout betekent dan niet alleen dat iets verkeerd is gegaan, maar kan voelen als bewijs dat je als persoon tekortschiet.

Daardoor kan iemand objectief uitstekend presteren en zichzelf toch voortdurend onvoldoende vinden. Successen worden snel als vanzelfsprekend beschouwd, terwijl fouten lang blijven nazinderen. Een compliment wordt gerelativeerd – “Ja, maar je hebt niet gezien wat er nog fout zat” – terwijl één kritische opmerking uren of dagen aandacht kan blijven opeisen. Onderzoek van Stoeber en Otto benadrukt dat juist die combinatie van hoge standaarden met sterke zorgen over fouten en negatieve zelfevaluatie relevant is wanneer we naar de minder gezonde kant van perfectionisme kijken.

De lat kan bovendien blijven verschuiven. Eerst wilde je een goede presentatie geven. Nadat dat gelukt is, had ze eigenlijk uitzonderlijk goed moeten zijn. Je wilde een deadline halen, maar achteraf vind je dat het resultaat uitgebreider had moeten zijn. Daardoor wordt tevredenheid moeilijk bereikbaar, niet omdat er geen goede prestaties zijn, maar omdat de criteria voor succes telkens opnieuw worden aangepast.

Controle, uitstel en beslissingen

Een zichtbare vorm van perfectionisme is overmatig controleren. Een tekst wordt meerdere keren nagelezen, een e-mail blijft lang in concept staan en een presentatie wordt tot vlak voor het overleg aangepast. Controle is uiteraard niet verkeerd; bij belangrijke werkzaamheden is ze zelfs noodzakelijk. Het wordt inefficiënt wanneer de extra controle nauwelijks nog kwaliteit toevoegt, maar wel veel tijd en mentale energie vraagt. Er bestaat immers vrijwel altijd nog een formulering die beter kan, een extra bron die geraadpleegd kan worden of een detail dat verfijnd kan worden. Een nuttige vraag wordt dan niet alleen “Kan dit nog beter?” – want het antwoord daarop is bijna altijd ja – maar “Voegt verdere verbetering hier voldoende waarde toe voor de tijd en energie die ze kost?”

Het stereotype beeld van een perfectionist is iemand die voortdurend hard werkt, maar perfectionisme kan juist ook samengaan met uitstelgedrag. Wanneer een resultaat uitzonderlijk goed moet zijn, kan beginnen bedreigend worden. Zolang je nog niet begonnen bent, bestaat in gedachten nog steeds de mogelijkheid van een perfect resultaat. Zodra je start, word je geconfronteerd met beperkingen, fouten en onvolmaaktheid. Onderzoek naar perfectionisme en procrastinatie laat zien dat vooral maladaptieve perfectionistische zorgen en angst voor fouten met uitstelgedrag kunnen samenhangen.

Hetzelfde mechanisme kan optreden bij beslissingen. Wie ervan uitgaat dat er één perfecte beslissing bestaat, kan eindeloos alternatieven blijven vergelijken. Dat speelt bijvoorbeeld bij loopbaankeuzes: Is dit werkelijk de beste opleiding? Is die nieuwe baan wel de juiste? Wat als er volgende maand een betere vacature verschijnt? Meer informatie verzamelen is aanvankelijk verstandig, maar kan op een bepaald moment vooral een manier worden om het ongemak van onzekerheid uit te stellen. Veel belangrijke beslissingen bevatten nu eenmaal onzekerheid. Een goede keuze is niet hetzelfde als een keuze waarvan vooraf gegarandeerd is dat ze perfect zal uitpakken.

Waarom perfectionisme op het werk lang verborgen kan blijven

Op het werk wordt perfectionistisch gedrag vaak beloond. De medewerker is grondig, verantwoordelijk, controleert zijn werk en levert hoge kwaliteit. Daardoor kan het lang duren voordat de keerzijde zichtbaar wordt. Het risico ontstaat vooral wanneer vrijwel iedere taak dezelfde maximale aandacht krijgt. Niet iedere e-mail, vergadering, presentatie of administratieve taak heeft hetzelfde kwaliteitsniveau nodig. Professioneel functioneren vraagt daarom niet alleen dat je goed werk levert, maar ook dat je kunt bepalen waar excellentie werkelijk nodig is en waar goed genoeg professioneel genoeg is.

Perfectionisme kan ook invloed hebben op samenwerking. Wanneer je zeer duidelijke ideeën hebt over hoe iets moet gebeuren, kan delegeren moeilijk worden. “Tegen de tijd dat ik alles heb uitgelegd, kan ik het beter zelf doen.” Of je delegeert wel, maar controleert vervolgens ieder detail. Op korte termijn kan dat efficiënt lijken. Op langere termijn kan steeds meer verantwoordelijkheid bij één persoon terechtkomen, terwijl collega's minder gelegenheid krijgen zelf ervaring en verantwoordelijkheid op te bouwen. Daarmee ontstaat gemakkelijk een vicieuze cirkel: hoe meer je zelf blijft doen, hoe sterker het gevoel wordt dat alles inderdaad van jou afhankelijk is.

Ook feedback kan extra gevoelig liggen. Een opmerking over één onderdeel van een rapport kan ervaren worden als een beoordeling van het volledige functioneren. Positieve feedback wordt gerelativeerd, terwijl één kritische opmerking blijft hangen. Hier wordt een essentieel onderscheid zichtbaar: “Er zit een fout in mijn werk” is iets anders dan “Ik ben niet goed genoeg.” Hoe beter die twee uit elkaar kunnen worden gehouden, hoe gemakkelijker feedback informatie wordt in plaats van een bedreiging voor het zelfbeeld.

Waar komt perfectionisme vandaan en wanneer wordt het belastend?

Er bestaat niet één oorzaak van perfectionisme. Persoonlijkheidskenmerken, leerervaringen, opvoeding, sociale verwachtingen en werkcultuur kunnen allemaal bijdragen. Sommige mensen hebben ervaren dat uitstekende prestaties veel waardering opleveren, anderen dat fouten sterk werden bekritiseerd. Ook een competitieve omgeving waarin prestaties voortdurend worden vergeleken kan perfectionistische patronen versterken. Hewitt en Flett maakten bovendien onderscheid tussen onder andere self-oriented perfectionism, waarbij iemand zeer hoge eisen aan zichzelf stelt, en socially prescribed perfectionism, waarbij iemand ervaart dat anderen uitzonderlijk hoge eisen stellen en acceptatie afhankelijk is van het voldoen aan die verwachtingen.

Dat laatste is bijzonder relevant op het werk. Een organisatiecultuur waarin fouten sterk worden afgestraft, voortdurend wordt vergeleken en medewerkers het gevoel hebben dat alleen uitzonderlijke prestaties meetellen, kan bestaande perfectionistische patronen versterken. Het is daarom te eenvoudig om perfectionisme uitsluitend als individuele eigenschap te behandelen.

De belangrijkste vraag is uiteindelijk niet hoe hoog je de lat legt, maar wat er gebeurt wanneer je die lat niet haalt. Kun je een fout relativeren? Kun je tevreden zijn met een goed resultaat, ook wanneer het niet perfect is? Kun je iets afronden terwijl je weet dat het nog beter zou kunnen? Kun je feedback gebruiken zonder dat je hele zelfbeeld ervan afhangt?

Wanneer fouten langdurig blijven nazinderen, succes nauwelijks voldoening geeft, rust schuldgevoel oproept, uitstel toeneemt of de angst om tekort te schieten voortdurend aanwezig is, kan perfectionisme veel energie gaan kosten. Onderzoek en meta-analyses hebben perfectionistische zorgen in verband gebracht met verschillende vormen van psychische belasting, waaronder angst, depressieve klachten en burn-out. Dat betekent niet dat perfectionisme automatisch tot zulke problemen leidt, maar wel dat de minder flexibele vormen ervan serieus genomen mogen worden.

Het doel hoeft daarom niet te zijn ambitie, nauwkeurigheid of kwaliteitsgerichtheid los te laten. Veel nuttiger is flexibiliteit in standaarden: bewust kunnen bepalen wanneer een uitzonderlijk hoog niveau werkelijk waarde toevoegt en wanneer je jezelf toestemming kunt geven om te stoppen.

Verder ontdekken met TestCompass

De Perfectionisme Test van TestCompass kan worden gebruikt om verschillende perfectionistische patronen bij jezelf te verkennen. De waarde daarvan zit niet in het etiket perfectionist, maar in het onderzoeken van de manier waarop je omgaat met standaarden, fouten, controle en prestaties.

Lees ook:

Bronnen

Frost, R. O., Marten, P., Lahart, C., & Rosenblate, R. (1990). The dimensions of perfectionism. Cognitive Therapy and Research, 14, 449–468.

Hewitt, P. L., & Flett, G. L. (1991). Perfectionism in the self and social contexts: Conceptualization, assessment, and association with psychopathology. Journal of Personality and Social Psychology, 60(3), 456–470.

Limburg, K., Watson, H. J., Hagger, M. S., & Egan, S. J. (2017). The relationship between perfectionism and psychopathology: A meta-analysis. Journal of Clinical Psychology, 73(10), 1301–1326.

Stoeber, J., & Otto, K. (2006). Positive conceptions of perfectionism: Approaches, evidence, challenges. Personality and Social Psychology Review, 10(4), 295–319.

Sirois, F. M., Molnar, D. S., & Hirsch, J. K. (2017). A meta-analytic and conceptual update on the associations between procrastination and multidimensional perfectionism. European Journal of Personality, 31(2), 137–159.

© TestCompass.eu

Alle rechten voorbehouden. Overname of verspreiding zonder voorafgaande toestemming is niet toegestaan.

Alle artikels