Intelligentie associëren we traditioneel met logisch redeneren, informatie verwerken, leren en problemen oplossen. Toch bepaalt cognitief vermogen niet alleen hoe mensen functioneren in werk, relaties en sociale situaties. Ook het herkennen, begrijpen en reguleren van emoties speelt een rol. Daarvoor wordt vaak de term emotionele intelligentie gebruikt. Het begrip is bijzonder populair geworden in management, coaching en persoonlijke ontwikkeling, maar wordt wetenschappelijk niet overal op dezelfde manier gedefinieerd. Dat maakt enige nuance noodzakelijk. Emotionele intelligentie is geen magische eigenschap die automatisch tot succes leidt, maar kan wel een bruikbaar kader bieden om te onderzoeken hoe iemand met emotionele informatie omgaat.
Wat verstaan we onder emotionele intelligentie?
Een invloedrijk wetenschappelijk model is dat van Peter Salovey en John Mayer. Zij beschreven emotionele intelligentie aanvankelijk als een vorm van intelligentie die betrekking heeft op het waarnemen, begrijpen en reguleren van emoties. In het latere ability model van Mayer, Salovey en Caruso worden vier brede vermogens onderscheiden: emoties waarnemen, emoties gebruiken om het denken te ondersteunen, emoties begrijpen en emoties reguleren. Andere modellen, waaronder het populaire model van Daniel Goleman, gebruiken het begrip veel breder en nemen bijvoorbeeld motivatie, empathie en sociale vaardigheden mee.
Dat verschil is belangrijk, omdat twee vragenlijsten die allebei zeggen emotionele intelligentie te meten niet noodzakelijk hetzelfde construct onderzoeken. Sommige instrumenten proberen emotionele vaardigheden als een vermogen te meten, andere vragen mensen hoe zij hun eigen emotionele functioneren beoordelen. Dat laatste bevat onvermijdelijk ook een element van zelfbeeld en persoonlijkheid. Wetenschappelijke discussies over emotionele intelligentie gaan daarom niet alleen over de vraag óf het concept relevant is, maar ook over wat precies wordt gemeten en hoeveel het toevoegt boven bestaande constructen zoals persoonlijkheid en cognitieve intelligentie.
In de praktijk begint emotionele intelligentie bij iets wat eenvoudiger klinkt dan het is: herkennen wat je voelt. Mensen ervaren voortdurend emoties, maar benoemen ze niet altijd nauwkeurig. Iemand kan zeggen dat hij boos is terwijl onder die boosheid vooral teleurstelling, onzekerheid of machteloosheid zit. Een ander merkt pas dat spanning sterk is opgelopen wanneer lichamelijke signalen heel duidelijk worden. Hoe nauwkeuriger iemand kan onderscheiden wat er gebeurt, hoe meer informatie beschikbaar komt om bewust te reageren. Psychologisch onderzoek naar emotional granularity suggereert dat het vermogen om emoties genuanceerder van elkaar te onderscheiden relevant kan zijn voor emotieregulatie. “Ik voel me slecht” bevat weinig informatie; “Ik ben teleurgesteld omdat ik mij niet gehoord voelde” geeft veel meer richting aan wat er mogelijk nodig is.
Emoties geven echter geen onfeilbare informatie over de werkelijkheid. Angst kan aangeven dat we dreiging ervaren, maar bewijst niet dat er werkelijk gevaar bestaat. Boosheid kan ontstaan wanneer we menen dat een grens wordt overschreden, maar onze interpretatie kan onvolledig zijn. Een gevoel is werkelijk als ervaring, terwijl de verklaring die we eraan geven nog onderzocht kan worden. Emotionele intelligentie vraagt daarom niet alleen voelen, maar ook interpreteren.
Emoties begrijpen én reguleren
Dezelfde gebeurtenis kan bij verschillende mensen totaal andere emoties oproepen. Een reorganisatie kan voor de ene medewerker vooral onzekerheid betekenen omdat zekerheid een belangrijke waarde is, terwijl een ander enthousiasme ervaart omdat verandering nieuwe mogelijkheden biedt. Wie emoties wil begrijpen kijkt daarom niet alleen naar wat iemand voelt, maar ook naar de betekenis die de situatie voor die persoon heeft. Dat geldt eveneens voor onszelf. Wanneer een relatief kleine opmerking van een collega uitzonderlijk sterk binnenkomt, kan het interessant zijn om te onderzoeken waarom juist die opmerking zoveel raakt. Misschien sluit ze aan bij een bestaande onzekerheid, eerdere ervaring of belangrijke persoonlijke waarde.
Hier bestaat een duidelijke verbinding met het werk van James Gross over emotieregulatie. Mensen kunnen op verschillende momenten invloed uitoefenen op hun emotionele reactie: door situaties te selecteren of veranderen, de aandacht anders te richten, een situatie opnieuw te interpreteren of de uiteindelijke emotionele expressie te beïnvloeden. Een bekende strategie is cognitive reappraisal, waarbij iemand probeert de betekenis van een situatie anders te bekijken. Een kritische vraag van een collega kan bijvoorbeeld worden geïnterpreteerd als aanval, maar mogelijk ook als poging om een besluit beter te begrijpen. Dat betekent niet dat we iedere negatieve gebeurtenis positief moeten herinterpreteren. Het gaat om het vermogen verschillende mogelijke betekenissen te onderzoeken voordat één automatische interpretatie het gedrag volledig bepaalt.
Emotieregulatie is ook niet hetzelfde als emoties onderdrukken. Je kunt erg boos zijn en toch besluiten niet onmiddellijk een scherpe e-mail te versturen. De emotie wordt niet ontkend; je kiest alleen bewust wat je ermee doet. Onderzoek naar expressieve onderdrukking laat zien dat voortdurend emoties wegdrukken niet noodzakelijk de meest gunstige regulatiestrategie is. Emotioneel intelligent functioneren betekent dus niet dat iemand altijd rustig of positief is. Soms is boosheid gepast en soms is het juist verstandig een moeilijk gesprek wél aan te gaan. De kern is dat emotie informatie geeft zonder automatisch het volledige gedrag over te nemen.
Empathie, werk en leiderschap
Emotionele intelligentie wordt vaak sterk gekoppeld aan empathie. Ook dat begrip vraagt nuance. Empathie bevat verschillende processen. Cognitieve empathie heeft te maken met het kunnen begrijpen van het perspectief of de emotionele toestand van een ander, terwijl affectieve empathie sterker verwijst naar het emotioneel mee-resoneren. Iemand kan uitstekend begrijpen dat een medewerker teleurgesteld is zonder die teleurstelling zelf even sterk te voelen.
Dat onderscheid is belangrijk, omdat empathie niet betekent dat je iedere emotie van een ander moet overnemen of verantwoordelijk bent voor hoe iemand zich voelt. Juist het vermogen om te begrijpen wat iemand ervaart én voldoende onderscheid te bewaren tussen de eigen emoties en die van de ander kan professioneel belangrijk zijn. Daar raakt emotionele intelligentie aan emotionele besmetting: mensen kunnen emoties van anderen gedeeltelijk overnemen, zeker in intensieve sociale omgevingen.
Op het werk spelen emoties voortdurend een rol, ook in organisaties die zichzelf als bijzonder rationeel beschouwen. Feedback kan trots of onzekerheid oproepen, conflicten kunnen boosheid veroorzaken, reorganisaties kunnen angst creëren en erkenning kan motivatie versterken. Een medewerker die merkt dat hij defensief wordt tijdens een moeilijk gesprek kan bijvoorbeeld onderzoeken waarom een opmerking hem raakt en eerst een verduidelijkende vraag stellen in plaats van onmiddellijk in de tegenaanval te gaan.
Voor leidinggevenden is emotionele informatie extra relevant omdat hun gedrag invloed heeft op anderen. Een leidinggevende die spanning binnen een team vroeg herkent, kan onderzoeken wat er speelt voordat een conflict escaleert. Tegelijk moet hij voorkomen dat iedere beslissing uitsluitend wordt gestuurd door de emoties van medewerkers. Goed leiderschap kan empathie én duidelijkheid vragen. Een verzoek afwijzen kan iemand teleurstellen en toch de juiste professionele beslissing zijn. Emotionele intelligentie betekent dan niet dat je teleurstelling voorkomt, maar dat je die kunt erkennen zonder iedere grens of beslissing los te laten.
Meta-analytisch onderzoek vindt verbanden tussen emotionele intelligentie en verschillende werkuitkomsten, maar de grootte en betekenis van die verbanden hangen mede af van de manier waarop emotionele intelligentie wordt gemeten. Het is daarom te sterk om te beweren dat hoge emotionele intelligentie automatisch iemand tot een goede leider of succesvolle werknemer maakt. Cognitieve capaciteiten, persoonlijkheid, vakkennis, ervaring, motivatie, waarden en context blijven eveneens belangrijk.
Kun je emotionele intelligentie ontwikkelen?
Een deel van de vaardigheden die onder emotionele intelligentie vallen kan worden geoefend. Alleen al nauwkeuriger leren benoemen wat je voelt kan meer inzicht geven. Bewust aandacht besteden aan lichamelijke signalen, gedachten en automatische reacties kan helpen emoties eerder te herkennen. Bij sociale emoties kan nieuwsgierigheid eveneens waardevol zijn. In plaats van onmiddellijk te denken “Waarom reageert die persoon zo overdreven?” kun je jezelf afvragen: “Welke betekenis zou deze situatie voor die persoon kunnen hebben?” Begrip betekent daarbij niet dat je het gedrag automatisch goedkeurt.
Ook feedback kan helpen, omdat mensen blinde vlekken hebben in hun eigen emotionele gedrag. Misschien denk je dat je tijdens conflicten heel rustig blijft, terwijl collega's je op zulke momenten juist afstandelijk of moeilijk benaderbaar vinden. Zulke informatie kan waardevol zijn wanneer ze concreet en respectvol wordt gegeven.
De ontwikkeling van emotionele vaardigheden is daardoor minder spectaculair dan sommige commerciële programma's suggereren. Het gaat om beter leren waarnemen, preciezer benoemen, verschillende interpretaties onderzoeken, reacties reguleren en rekening houden met het perspectief van anderen. Dat zijn vaardigheden die kunnen groeien, maar emotionele intelligentie is geen wondermiddel.
De interessantste vraag is daarom uiteindelijk niet: “Hoe emotioneel intelligent ben ik?” maar: “Wat doe ik met emotionele informatie wanneer die er werkelijk toe doet?”
Verder ontdekken met TestCompass
Binnen TestCompass kunnen verschillende aspecten van emotioneel en sociaal functioneren verder worden verkend met testen rond emotionele intelligentie, verbondenheid, emotionele besmetting, coping en conflicthantering. De resultaten kunnen vooral worden gebruikt als vertrekpunt voor reflectie op herkenbare situaties en gedragspatronen en moeten niet worden opgevat als een allesomvattende beoordeling van iemands emotionele functioneren.
Lees ook:
Bronnen
Gross, J. J. (1998). The emerging field of emotion regulation: An integrative review. Review of General Psychology, 2(3), 271–299.
Joseph, D. L., & Newman, D. A. (2010). Emotional intelligence: An integrative meta-analysis and cascading model. Journal of Applied Psychology, 95(1), 54–78.
Mayer, J. D., Caruso, D. R., & Salovey, P. (2016). The ability model of emotional intelligence: Principles and updates. Emotion Review, 8(4), 290–300.
Mayer, J. D., Salovey, P., & Caruso, D. R. (2004). Emotional intelligence: Theory, findings, and implications. Psychological Inquiry, 15(3), 197–215.
Salovey, P., & Mayer, J. D. (1990). Emotional intelligence. Imagination, Cognition and Personality, 9(3), 185–211.
