Stress, Belastbaarheid & Herstel

Copingstijlen: hoe ga jij om met stress en moeilijke situaties?

Iedereen krijgt te maken met stress, tegenslag, onzekerheid en situaties die anders verlopen dan gehoopt. Toch reageren mensen daar heel verschillend…

Iedereen krijgt te maken met stress, tegenslag, onzekerheid en situaties die anders verlopen dan gehoopt. Toch reageren mensen daar heel verschillend op. De ene probeert onmiddellijk een oplossing te vinden, terwijl een ander eerst afstand neemt. Sommigen praten met anderen over wat hen bezighoudt, anderen zoeken afleiding of proberen vooral niet meer aan het probleem te denken. De cognitieve en gedragsmatige manieren waarop mensen proberen om te gaan met belastende omstandigheden worden in de psychologie aangeduid als coping. De interessante vraag is daarbij niet alleen welke copingstijl iemand heeft, maar vooral welke strategie iemand in een bepaalde situatie gebruikt en of die strategie daar daadwerkelijk helpt.

Coping is een proces, geen vast persoonlijkheidstype

Richard Lazarus en Susan Folkman hebben veel invloed gehad op het wetenschappelijke denken over coping. Binnen hun transactionele stressmodel ontstaat stress in de wisselwerking tussen persoon en omgeving. Mensen beoordelen eerst wat een gebeurtenis betekent en vervolgens welke mogelijkheden zij hebben om ermee om te gaan. Coping verwijst naar de cognitieve en gedragsmatige inspanningen waarmee iemand probeert om eisen te hanteren die als belastend worden ervaren.

Dat betekent dat coping niet simpelweg een vast persoonlijkheidskenmerk is. Mensen kunnen voorkeurspatronen ontwikkelen, maar gedrag verschilt ook per situatie. Dezelfde persoon kan bij een praktisch probleem bijzonder oplossingsgericht reageren en bij een relationeel conflict juist afstand nemen. Ervaring, beschikbare steun, gezondheid, emoties en vooral de beïnvloedbaarheid van de situatie spelen mee.

Stel dat drie medewerkers horen dat hun afdeling binnen enkele maanden wordt gereorganiseerd. De eerste begint onmiddellijk informatie te verzamelen, bekijkt vacatures en plant een gesprek met de leidinggevende. De tweede probeert voorlopig niet aan de reorganisatie te denken. De derde belt die avond een vriend om zijn zorgen te bespreken. Alle drie gebruiken ze een vorm van coping, maar met een ander doel.

Een klassieke indeling maakt onderscheid tussen probleemgerichte coping en emotiegerichte coping. Bij probleemgerichte coping probeert iemand iets aan de situatie zelf te veranderen. Wanneer de werkdruk te hoog is, kun je bijvoorbeeld prioriteiten herzien, werkzaamheden anders organiseren, ondersteuning vragen of bespreken welke taken kunnen worden uitgesteld. Dat is vooral zinvol wanneer het probleem daadwerkelijk beïnvloedbaar is.

Maar probleemgericht handelen kent grenzen. Niet iedere situatie kan worden opgelost. Bij verlies, ernstige ziekte van een naaste of een beslissing waarop je geen invloed hebt, kan eindeloos zoeken naar een praktische oplossing juist extra spanning veroorzaken. Dan kan emotiegerichte coping belangrijker worden: niet de situatie veranderen, maar proberen om te gaan met wat de situatie emotioneel oproept. Praten met iemand die je vertrouwt, emoties toelaten, ontspanning zoeken of een gebeurtenis vanuit een ander perspectief bekijken kunnen daar voorbeelden van zijn.

Probleemgerichte en emotiegerichte coping zijn geen tegenpolen. Bij veel moeilijke situaties zijn beide nodig. Je kunt een lastig gesprek zorgvuldig voorbereiden en tegelijkertijd leren omgaan met de angst die het gesprek oproept.

Vermijden is niet altijd verkeerd

Vermijdende coping heeft een slechte reputatie. Je stelt een gesprek uit, probeert niet aan het probleem te denken, zoekt afleiding of doet alsof er niets aan de hand is. Op lange termijn kan voortdurende vermijding inderdaad problemen in stand houden, maar ook hier is nuance nodig.

Tijdelijk afstand nemen kan functioneel zijn. Wanneer emoties hoog oplopen, kan het verstandig zijn eerst tot rust te komen voordat je reageert. Een moeilijke e-mail een uur laten liggen om je gedachten te ordenen is iets anders dan hem drie weken niet openen omdat je bang bent voor de inhoud.

Het verschil zit onder andere in functie, duur en gevolgen. Geeft de tijdelijke afstand je ruimte om later beter met de situatie om te gaan, of zorgt het ervoor dat het probleem steeds groter wordt?

Dat verklaart ook waarom vermijding zo aantrekkelijk kan zijn. Ze werkt vaak onmiddellijk. Wanneer je een moeilijke taak uitstelt, daalt de spanning op korte termijn. Vanuit leer theoretisch perspectief kan die opluchting het vermijdingsgedrag versterken: je leert dat niet handelen tijdelijk prettiger voelt. Op langere termijn blijft de taak echter bestaan en kan de spanning juist toenemen.

Hetzelfde geldt voor afleiding. Een avond een film kijken na een zware werkdag kan uitstekend herstel zijn. Iedere avond afleiding nodig hebben om niet na te denken over een structureel probleem is iets anders. Een nuttige vraag bij coping is daarom niet alleen “Voel ik mij hierdoor nu beter?”, maar ook “Helpt dit mij uiteindelijk om met de situatie om te gaan?”

Sociale steun, betekenis en flexibiliteit

Mensen hoeven moeilijke situaties niet uitsluitend individueel te verwerken. Sociale steun is voor veel mensen een belangrijke hulpbron. Die steun kan praktisch zijn – iemand helpt daadwerkelijk een probleem oplossen – maar ook emotioneel. Alleen al ervaren dat iemand luistert en begrijpt wat je doormaakt kan waardevol zijn.

Toch verschilt het sterk hoe gemakkelijk mensen steun vragen. Sommigen zoeken snel contact, terwijl anderen het gevoel hebben dat ze alles zelfstandig moeten oplossen. Ook de soort steun moet passen bij de behoefte. Soms wil iemand advies en op een ander moment vooral gehoord worden. Een collega die onmiddellijk tien oplossingen aanbiedt kan goedbedoeld reageren, terwijl de ander eigenlijk eerst zijn frustratie wilde uitspreken.

Onderzoek naar coping heeft door de jaren heen steeds duidelijker gemaakt dat het moeilijk is strategieën simpelweg in universeel ‘goed’ en ‘slecht’ te verdelen. De effectiviteit hangt af van de situatie. Probleemgericht handelen is vaak nuttig bij beïnvloedbare stressoren, terwijl acceptatie of emotieregulatie logischer kan zijn wanneer iets niet veranderd kan worden. Tijdelijk afstand nemen kan helpen wanneer emoties hoog oplopen en schadelijk worden wanneer belangrijke problemen structureel worden vermeden.

Daarom is coping flexibiliteit een interessant concept. Bonanno en Burton beschreven regulatoire flexibiliteit als het vermogen om contextgevoelig verschillende strategieën in te zetten, feedback over hun effect te gebruiken en zo nodig van aanpak te veranderen. Ook onderzoek naar coping flexibility suggereert dat niet één perfecte strategie centraal staat, maar het vermogen om de aanpak af te stemmen op wat een situatie vraagt.

Iemand die ieder probleem onmiddellijk probeert op te lossen kan dus net zo goed vastlopen als iemand die ieder probleem vermijdt. De eerste kan energie verspillen aan situaties die niet controleerbaar zijn; de tweede kan problemen laten voortbestaan die wel degelijk beïnvloedbaar waren.

Coping op het werk: kijk ook naar de omstandigheden

Op het werk worden coping patronen vaak bijzonder zichtbaar. Wat doe je wanneer de werkdruk stijgt? Vraag je hulp, werk je steeds langer door, ga je strakker plannen of probeer je vooral vol te houden? Wat gebeurt er bij een conflict? Zoek je onmiddellijk het gesprek, pas je je aan, trek je je terug of blijf je er thuis over piekeren?

Juist terugkerende situaties geven informatie over automatische patronen. Misschien ontdek je dat je bij spanning altijd harder gaat werken, zelfs wanneer herstel eigenlijk nodig is. Misschien vraag je vrijwel nooit hulp omdat je dat als teken van zwakte ervaart. Of je merkt dat je conflicten zo lang vermijdt dat je ze pas bespreekt wanneer de frustratie al sterk is opgelopen.

Zelfkennis rond coping is waardevol omdat automatische reacties daardoor eerder herkenbaar worden. Het doel is niet om zo'n patroon onmiddellijk als fout te beoordelen. Een interessantere vraag is: “Wat doe ik meestal wanneer ik stress ervaar, wat levert die reactie mij op en in welke omstandigheden begint ze juist tegen mij te werken?”

Tegelijk mag coping nooit gebruikt worden om structurele organisatieproblemen volledig bij de medewerker neer te leggen. Wanneer werkdruk objectief onrealistisch is, lost een betere individuele coping strategie het personeelsprobleem niet op. Wanneer iemand gepest wordt, is het probleem niet dat die persoon onvoldoende adaptief met pesten omgaat. Coping beschrijft hoe iemand met omstandigheden probeert om te gaan; het maakt die omstandigheden niet automatisch aanvaardbaar.

Daarom moeten bij werkgerelateerde stress twee vragen naast elkaar blijven bestaan: wat kan de persoon anders doen en wat moet er in de omgeving veranderen? Pas wanneer beide niveaus worden bekeken, wordt coping een hulpmiddel voor aanpassing in plaats van een manier om alle verantwoordelijkheid bij het individu te leggen.

Verder ontdekken met TestCompass

Met de Coping test van TestCompass kun je onderzoeken welke strategieën je vaker inzet wanneer je met stress, problemen en moeilijke omstandigheden wordt geconfronteerd. Het profiel is vooral interessant om te onderzoeken hoe flexibel je tussen verschillende manieren van omgaan met belasting kunt schakelen. Een coping profiel beschrijft voorkeuren of patronen en bepaalt niet dat één strategie in iedere situatie goed of fout is.

Bronnen

Bonanno, G. A., & Burton, C. L. (2013). Regulatory flexibility: An individual differences perspective on coping and emotion regulation. Perspectives on Psychological Science, 8(6), 591–612.

Cheng, C., Lau, H.-P. B., & Chan, M.-P. S. (2014). Coping flexibility and psychological adjustment to stressful life changes: A meta-analytic review. Psychological Bulletin, 140(6), 1582–1607.

Folkman, S., & Moskowitz, J. T. (2004). Coping: Pitfalls and promise. Annual Review of Psychology, 55, 745–774.

Lazarus, R. S., & Folkman, S. (1984). Stress, appraisal, and coping. Springer.

Skinner, E. A., Edge, K., Altman, J., & Sherwood, H. (2003). Searching for the structure of coping: A review and critique of category systems for classifying ways of coping. Psychological Bulletin, 129(2), 216–269.

© TestCompass.eu

Alle rechten voorbehouden. Overname of verspreiding zonder voorafgaande toestemming is niet toegestaan.

Alle artikels