Emoties, Relaties & Verbondenheid

Emotieregulatie: omgaan met emoties zonder ze te onderdrukken

Je krijgt kritiek en voelt onmiddellijk irritatie opkomen. Tijdens een moeilijk gesprek merk je dat je hart sneller klopt en wil je het liefst in de…

Je krijgt kritiek en voelt onmiddellijk irritatie opkomen. Tijdens een moeilijk gesprek merk je dat je hart sneller klopt en wil je het liefst in de verdediging schieten. Je bent teleurgesteld, maar wilt niet dat anderen het merken. Of je blijft na een conflict uren nadenken over wat er precies is gezegd. Emoties ontstaan vaak sneller dan we bewust kunnen beslissen wat we ervan vinden. Toch hebben we enige invloed op wat er vervolgens gebeurt. Dat proces noemen we emotieregulatie: de manieren waarop mensen invloed uitoefenen op welke emoties zij ervaren, wanneer die ontstaan, hoe intens ze worden en hoe ze ermee omgaan of ze uiten. Reguleren betekent daarbij niet dat negatieve emoties moeten verdwijnen. Angst, boosheid, verdriet, schaamte en frustratie hebben allemaal functies. De uitdaging ligt eerder in het vermogen emoties voldoende ruimte te geven zonder dat ze automatisch ieder volgend gedrag bepalen.

Een emotie is informatie, geen opdracht

Emoties beïnvloeden onze aandacht en bereiden ons voor op handelen. Angst kan onze aandacht naar mogelijke dreiging sturen, boosheid kan ons activeren wanneer we een grensoverschrijding of onrecht ervaren en verdriet kan samenhangen met verlies en behoefte aan steun. Maar een emotie verplicht ons niet tot het gedrag dat er spontaan uit voortkomt. Je kunt boos zijn en toch rustig antwoorden. Je kunt bang zijn en toch een moeilijk gesprek voeren. Je kunt teleurgesteld zijn zonder onmiddellijk iemand anders verantwoordelijk te maken voor het wegnemen van dat gevoel. Dat onderscheid tussen emotie en gedrag is essentieel. We kiezen niet altijd welke eerste emotionele reactie ontstaat, maar er kan wel ruimte ontstaan tussen die reactie en wat we vervolgens doen.

Tegelijkertijd moeten emoties serieus worden genomen. Ze bevatten informatie over hoe we een situatie interpreteren en wat voor ons belangrijk is. Maar ze zijn geen objectief bewijs van wat er werkelijk gebeurt. Je kunt je bedreigd voelen terwijl er geen objectief gevaar is. Je kunt boos worden omdat je een opmerking verkeerd hebt geïnterpreteerd. Je kunt je schuldig voelen terwijl je rationeel gezien niets verkeerd hebt gedaan. Een nuttige houding is daarom: “Dit gevoel is echt, maar mijn verklaring ervoor moet ik nog onderzoeken.” Dat voorkomt twee uitersten. Aan de ene kant hoeven emoties niet te worden weggewuifd als irrationeel. Aan de andere kant hoeven we niet iedere emotionele interpretatie automatisch als waarheid te behandelen.

Reguleren kan op verschillende momenten

James Gross ontwikkelde een invloedrijk procesmodel van emotieregulatie. Daarin wordt duidelijk dat we emoties niet alleen reguleren nadat ze volledig zijn ontstaan. We kunnen op verschillende momenten in het proces invloed uitoefenen. Soms kiezen we bijvoorbeeld situaties. Wanneer je weet dat een belangrijk gesprek gevoelig ligt, kun je ervoor kiezen het op een rustig moment te voeren in plaats van tussen twee vergaderingen door. Soms veranderen we iets aan de situatie: we vragen verduidelijking, nemen even afstand of zoeken ondersteuning. Ook aandacht kan worden gestuurd. We kunnen onze aandacht volledig richten op wat misging, maar ook bewust andere relevante informatie meenemen.

Een andere belangrijke strategie is cognitieve herwaardering (reappraisal): een situatie vanuit een ander perspectief bekijken. Stel dat een leidinggevende zeer kort reageert op een vraag. De eerste interpretatie is: “Hij is boos op mij.” Die interpretatie kan onmiddellijk spanning oproepen. Maar misschien heeft hij haast, is hij zelf onder druk of heeft de korte reactie niets met jou te maken. Herwaardering betekent niet jezelf wijsmaken dat alles positief is. Het betekent alternatieve interpretaties toelaten voordat één verklaring als zekerheid wordt behandeld. Pas later in het proces komt het beïnvloeden van de zichtbare emotionele reactie. Je bent bijvoorbeeld boos maar besluit niet onmiddellijk een scherpe e-mail te sturen. Al die strategieën vallen onder emotieregulatie, maar ze hebben niet noodzakelijk dezelfde effecten.

Onderdrukken is niet hetzelfde als reguleren

Wanneer emoties ongewenst zijn, proberen mensen soms vooral te voorkomen dat anderen ze zien. Je bent boos maar glimlacht. Je bent verdrietig maar zegt dat alles prima gaat. Je voelt spanning maar probeert volledig neutraal over te komen. Dat noemen we vaak expressieve suppressie: de zichtbare uiting van een emotie onderdrukken. Dat kan soms functioneel zijn. Een arts hoeft niet iedere emotionele reactie onmiddellijk aan een patiënt te tonen en tijdens een conflict kan het verstandig zijn een eerste boze impuls niet meteen uit te spreken. Maar voortdurend onderdrukken is iets anders dan emoties werkelijk verwerken of reguleren.

Onderzoek van Gross en John naar individuele verschillen in emotieregulatie liet zien dat cognitieve herwaardering en expressieve onderdrukking verschillende verbanden vertonen met welzijn en sociaal functioneren. Herwaardering werd gemiddeld met gunstigere uitkomsten geassocieerd, terwijl frequent gebruik van suppressie vaker ongunstig samenhing met verschillende aspecten van welzijn en relaties.

Dat betekent niet dat onderdrukking altijd slecht is. Context is belangrijk. Soms is tijdelijk niet uiten juist professioneel of relationeel verstandig. Het wordt vooral problematisch wanneer iemand vrijwel geen andere strategie meer gebruikt of voortdurend emoties moet verbergen die wel aandacht nodig hebben.

Op het werk krijgt dit nog een extra dimensie via emotional labor. Hochschild beschreef hoe sommige beroepen eisen dat medewerkers bepaalde emoties tonen, ongeacht wat zij werkelijk voelen. Denk aan dienstverlening, zorg, verkoop of klantcontact waarbij vriendelijkheid onderdeel van de professionele rol is. Wanneer er een groot verschil bestaat tussen wat iemand werkelijk voelt en wat hij langdurig moet tonen, kan dat extra emotionele inspanning vragen.

Emotieregulatie is niet hetzelfde als altijd kalm blijven

Mensen met goede emotieregulatie worden soms voorgesteld als personen die nauwelijks boos, angstig of verdrietig worden. Dat is een misverstand. Een gezonde emotionele reactie kan juist intens zijn. Wanneer iemand ernstig onrecht wordt aangedaan, kan boosheid passend zijn. Bij verlies is verdriet geen teken van gebrekkige regulatie. Angst voor een werkelijk gevaar hoeft niet te worden ‘weggerationaliseerd’. De vraag is eerder of de emotionele reactie voldoende flexibel blijft. Past ze enigszins bij de situatie? Kan iemand informatie blijven verwerken? Kan gedrag nog bewust worden gekozen? Kan de reactie veranderen wanneer nieuwe informatie beschikbaar komt?

Dat sluit aan bij onderzoek naar regulatory flexibility. Bonanno en Burton benadrukken dat geen enkele regulatiestrategie in iedere situatie optimaal is. Een strategie kan in de ene context effectief en in een andere context minder geschikt zijn. Afleiding kan bijvoorbeeld nuttig zijn wanneer je tijdelijk niets aan een situatie kunt veranderen en eerst tot rust moet komen. Maar wanneer afleiding maandenlang wordt gebruikt om een noodzakelijk gesprek te vermijden, krijgt dezelfde strategie een andere betekenis. Praten over emoties kan helpen wanneer iemand steun of perspectief nodig heeft, maar eindeloos dezelfde gebeurtenis bespreken zonder nieuwe verwerking kan juist piekeren in stand houden. Het doel is dus niet één ‘beste’ techniek leren, maar een repertoire aan strategieën ontwikkelen en leren inschatten wanneer welke aanpak passend is.

De werkomgeving beïnvloedt welke emoties mogelijk zijn

Emotieregulatie wordt gemakkelijk voorgesteld als een individuele vaardigheid: iemand moet leren rustig te blijven, beter relativeren of minder emotioneel reageren. Maar ook hier speelt de omgeving een grote rol. Een medewerker die voortdurend respectloos wordt behandeld heeft niet uitsluitend een emotie regulatieprobleem wanneer hij boos wordt. De boosheid kan relevante informatie bevatten over de werkcontext. Wanneer organisaties uitsluitend focussen op hoe medewerkers hun emoties moeten beheersen, bestaat het risico dat structurele oorzaken buiten beeld blijven. Een werknemer kan leren omgaan met stress, maar dat maakt chronische overbelasting niet automatisch gezond. Iemand kan leren kalm communiceren, maar dat maakt pestgedrag niet aanvaardbaar.

Daarom moet bij sterke of terugkerende emoties ook de vraag worden gesteld: “Wat gebeurt er in deze omgeving waardoor deze reactie zo vaak wordt opgeroepen?” Psychologische veiligheid speelt eveneens mee. In een team waar emoties onmiddellijk als zwakte worden beschouwd, zullen medewerkers meer geneigd zijn gevoelens te verbergen. In een omgeving waar iedere emotie onbeperkt op collega's wordt afgereageerd, ontstaat een ander probleem.

Een gezonde werkcontext biedt ruimte om relevante emoties te benoemen én verwacht dat mensen verantwoordelijkheid nemen voor de manier waarop ze ermee omgaan.

Emoties zijn sociaal besmettelijk

Emotieregulatie is bovendien niet uitsluitend individueel. Mensen beïnvloeden elkaars emotionele toestand. Onderzoek naar emotionele besmetting laat zien dat stemmingen en emoties zich binnen groepen kunnen verspreiden. Een gespannen leidinggevende kan zonder dat expliciet te bedoelen spanning in een team versterken. Een rustige collega kan in een crisissituatie juist helpen de emotionele intensiteit te reguleren. Dat betekent niet dat we verantwoordelijk zijn voor iedere emotie van anderen. Wel betekent het dat de manier waarop we emoties uiten onderdeel wordt van de sociale omgeving.

Voor leidinggevenden is dat bijzonder relevant. Wanneer een manager bij iedere fout zichtbaar panikeert, leren medewerkers niet alleen iets over die specifieke fout. Ze leren ook dat problemen blijkbaar gevaarlijk zijn. Wanneer een leidinggevende rustig blijft maar een ernstig probleem tegelijkertijd duidelijk benoemt, wordt een ander signaal gegeven: dit is belangrijk, maar we kunnen ermee omgaan. Emotieregulatie kan daarmee een collectief proces worden. Teams ontwikkelen normen over welke emoties geuit mogen worden, hoe conflicten worden besproken en hoe mensen op spanning reageren.

Eerst herkennen, dan reguleren

Het is moeilijk een emotie doelgericht te reguleren wanneer je nauwelijks weet wat je voelt. Sommige mensen merken spanning pas wanneer ze lichamelijk sterk is opgelopen. Anderen noemen vrijwel iedere onaangename emotie ‘stress’ of ‘boosheid’, terwijl daar verschillende ervaringen onder kunnen liggen. Meer emotionele differentiatie kan helpen. Ben ik boos, teleurgesteld, onzeker, beschaamd, bang of machteloos? Die verschillen zijn relevant omdat ze andere informatie kunnen bevatten en tot andere acties kunnen uitnodigen. Wanneer iemand bijvoorbeeld boosheid ervaart omdat een grens wordt overschreden, kan assertief optreden passend zijn. Wanneer dezelfde spanning vooral voortkomt uit onzekerheid over een onbekende taak, kan informatie of ondersteuning nuttiger zijn.

Daarmee raakt emotieregulatie aan emotionele intelligentie, maar beide begrippen zijn niet identiek. Emotionele intelligentie omvat bredere processen zoals emoties waarnemen, begrijpen en ermee redeneren; emotieregulatie gaat specifiek over het beïnvloeden van het emotionele proces. De centrale vraag is daarom niet: “Hoe zorg ik dat ik deze emotie niet meer voel?” maar eerder: “Wat vertelt deze emotie mij, klopt mijn interpretatie voldoende met de situatie en hoe wil ik vervolgens handelen?” Dat geeft emoties ruimte zonder ze automatisch het stuur over te laten nemen.

Verder ontdekken met TestCompass

Emotieregulatie hangt samen met emotionele intelligentie, coping, stress, psychologische flexibiliteit, conflicthantering en emotionele besmetting. TestCompass-instrumenten rond deze thema's kunnen helpen patronen zichtbaar te maken in de manier waarop iemand emoties herkent en ermee omgaat. Een zelftest kan daarbij geen diagnose stellen en sterke of langdurige emotionele klachten vragen soms een bredere professionele beoordeling.

Lees ook:

Bronnen

Aldao, A., Nolen-Hoeksema, S., & Schweizer, S. (2010). Emotion-regulation strategies across psychopathology: A meta-analytic review. Clinical Psychology Review, 30(2), 217–237.

Bonanno, G. A., & Burton, C. L. (2013). Regulatory flexibility: An individual differences perspective on coping and emotion regulation. Perspectives on Psychological Science, 8(6), 591–612.

Gross, J. J. (1998). The emerging field of emotion regulation: An integrative review. Review of General Psychology, 2(3), 271–299.

Gross, J. J. (2015). Emotion regulation: Current status and future prospects. Psychological Inquiry, 26(1), 1–26.

Gross, J. J., & John, O. P. (2003). Individual differences in two emotion regulation processes: Implications for affect, relationships, and well-being. Journal of Personality and Social Psychology, 85(2), 348–362.

Hochschild, A. R. (1983). The managed heart: Commercialization of human feeling. University of California Press.

© TestCompass.eu

Alle rechten voorbehouden. Overname of verspreiding zonder voorafgaande toestemming is niet toegestaan.

Alle artikels