Denken, Gedrag & Presteren

Keuzestress: waarom meer mogelijkheden beslissen soms juist moeilijker maken

We associëren keuzevrijheid meestal met iets positiefs. Hoe meer mogelijkheden we hebben, hoe groter de kans dat we precies kunnen kiezen wat bij ons…

We associëren keuzevrijheid meestal met iets positiefs. Hoe meer mogelijkheden we hebben, hoe groter de kans dat we precies kunnen kiezen wat bij ons past. Toch kan er een punt komen waarop meer mogelijkheden niet langer bevrijdend maar belastend worden. Welke opleiding moet ik volgen? Blijf ik in mijn huidige baan of zoek ik iets anders? Welke kandidaat neem ik aan? Welke verzekering, energieleverancier of smartphone kies ik? Zelfs relatief eenvoudige beslissingen kunnen veel mentale ruimte innemen wanneer er veel alternatieven beschikbaar zijn en we bang zijn de verkeerde keuze te maken. Dit verschijnsel wordt vaak keuzestress genoemd. Het gaat daarbij niet alleen om het aantal mogelijkheden, maar ook om het belang van de beslissing, de onzekerheid over de uitkomst en de overtuiging dat er ergens één optimale keuze bestaat die we vooral niet mogen missen.

Meer keuze is niet automatisch beter

Op een normale dag nemen we voortdurend beslissingen. Wat trekken we aan? Welke e-mail beantwoorden we eerst? Wat eten we vanavond? Wanneer plannen we een afspraak? De meeste keuzes verlopen relatief automatisch. Problemen ontstaan vooral wanneer een beslissing veel alternatieven bevat, belangrijke gevolgen lijkt te hebben of moeilijk terug te draaien is.

Een loopbaankeuze vraagt vanzelfsprekend iets anders dan kiezen wat je tijdens de lunch eet. Toch kunnen we ook kleine beslissingen zwaar maken wanneer we telkens proberen de allerbeste optie te vinden. De gedachte dat meer keuze uiteindelijk nadelig kan worden, werd populair door onderzoek naar choice overload. Een bekend experiment van Iyengar en Lepper liet bijvoorbeeld zien dat een zeer groot aanbod consumenten wel kon aantrekken, maar niet noodzakelijk vaker tot een daadwerkelijke keuze leidde.

Dat onderzoek heeft veel aandacht gekregen, maar de wetenschappelijke werkelijkheid blijkt genuanceerder. Een meta-analyse van Scheibehenne en collega's vond gemiddeld geen eenvoudig algemeen effect waarbij ‘meer keuze altijd slechter is’. Later onderzoek suggereert dat keuze-overbelasting vooral onder bepaalde omstandigheden optreedt, bijvoorbeeld wanneer opties moeilijk met elkaar te vergelijken zijn, voorkeuren nog onduidelijk zijn, de beslissing veel inspanning vraagt of mensen een sterke behoefte hebben de beste mogelijkheid te vinden. Dat is een belangrijke nuance. Veel keuze is niet per definitie problematisch. Twintig duidelijk verschillende opties kunnen gemakkelijker zijn dan zes vrijwel identieke mogelijkheden waarbij ieder alternatief op enkele kleine kenmerken verschilt. Het gaat dus om de combinatie van aantal opties, complexiteit, persoonlijke voorkeuren en context.

De zoektocht naar de beste keuze kan de druk verhogen

Herbert Simon maakte binnen de besluitvorming een bekend onderscheid tussen maximizing en satisficing. Een satisficer zoekt naar een mogelijkheid die voldoende goed aan belangrijke criteria voldoet. Zodra zo'n optie gevonden wordt, kan de zoektocht stoppen. Een maximizer probeert sterker te bepalen welke mogelijkheid van alle beschikbare opties de allerbeste is.

Schwartz en collega's onderzochten later individuele verschillen in deze neiging tot maximaliseren. Wie sterk naar de optimale keuze zoekt, kan meer informatie verzamelen en alternatieven uitgebreider vergelijken, maar kan ook meer moeite hebben om een beslissing af te sluiten. Dat is begrijpelijk. Om te weten of een optie werkelijk de beste is, zou je eigenlijk alle relevante alternatieven moeten kennen. In een wereld met vrijwel onbeperkte online informatie is dat onmogelijk.

Je vindt een interessante opleiding en vraagt je af of er ergens nog een betere bestaat. Je ziet een aantrekkelijke vacature en zoekt toch verder. Je boekt een hotel en controleert daarna nog eens of een ander hotel misschien goedkoper of beter was. De zoektocht stopt dan niet noodzakelijk op het moment dat de beslissing genomen is.

Meer keuze betekent bovendien meer afgewezen alternatieven. Wie tussen twee banen kiest laat één mogelijkheid liggen. Wie tien aantrekkelijke opties heeft, zegt in zekere zin nee tegen negen alternatieven. Daardoor blijven er meer mogelijkheden over waarover je achteraf kunt nadenken: “Wat als ik toch die andere keuze had gemaakt?” Spijt en contra feitelijk denken kunnen daardoor deel worden van keuzestress.

De perfecte keuze bestaat vaak niet

Complexe beslissingen hebben meestal meerdere dimensies. Een nieuwe baan kan inhoudelijk interessanter zijn maar verder van huis liggen. Een andere functie betaalt beter maar biedt minder autonomie. Een opleiding kan nieuwe kansen openen maar veel tijd en geld kosten. Wanneer we zoeken naar één optie die op alle criteria beter is dan alle andere, kunnen we daardoor lang blijven zoeken naar iets dat misschien niet bestaat.

Dat maakt waarden en prioriteiten belangrijk. Welke criteria moeten absoluut aanwezig zijn? Welke zijn wenselijk maar onderhandelbaar? Welke nadelen ben je bereid te accepteren voor voordelen die je belangrijker vindt?

Bij loopbaankeuzes kan iemand bijvoorbeeld bepalen dat autonomie, voldoende inkomen en beperkte reistijd kerncriteria zijn. Een functie hoeft vervolgens niet op ieder denkbaar kenmerk de beste te zijn; ze moet voldoende goed passen bij de criteria die voor deze persoon werkelijk zwaar wegen. Dat sluit aan bij het idee van bounded rationality van Simon. Mensen beschikken nooit over alle informatie, onbeperkte tijd en onbeperkte cognitieve capaciteit. Goede besluitvorming betekent daarom niet noodzakelijk dat we theoretisch de perfecte optie vinden, maar dat we met de beschikbare informatie tot een voldoende verdedigbare keuze komen.

Dat is vooral relevant in een digitale omgeving waarin nieuwe informatie eindeloos beschikbaar blijft. Er is altijd nog een website, review, vacature, vergelijking of mening te vinden. Op een bepaald moment voegt verder zoeken nauwelijks nog informatie toe en wordt informatie verzamelen vooral een manier om de onzekerheid van beslissen uit te stellen.

Autonomie zonder richting kan eveneens belastend worden

Keuzestress speelt niet alleen bij grote levensbeslissingen. Ook organisaties kunnen medewerkers dagelijks met te veel keuzes belasten. Wanneer prioriteiten voortdurend veranderen en iemand zelf moet bepalen welke van twintig dringende taken het belangrijkst is, ontstaat voortdurende beslisbelasting.

Autonomie is doorgaans een waardevolle werkhulpbron, maar autonomie betekent niet dat iedere medewerker zonder kaders alles zelf moet uitzoeken. Vrijheid en duidelijkheid zijn geen tegenpolen. Een medewerker kan veel vrijheid krijgen in de manier waarop een doel bereikt wordt en tegelijkertijd duidelijke informatie hebben over wat prioritair is, welke beslissingen zelfstandig genomen mogen worden en wanneer afstemming nodig is. Wanneer zulke kaders ontbreken kan autonomie veranderen in ambiguïteit: “Ik mag alles zelf beslissen, maar achteraf hoor ik wel of ik het juiste heb gekozen.” Dat is iets anders dan echte beslissingsruimte.

Ook bij consumentkeuzes, loopbaanbeslissingen en opleidingen kunnen kaders helpen. In plaats van onmiddellijk alle mogelijke opties te verzamelen, kan het efficiënter zijn eerst de selectiecriteria te bepalen. Daardoor wordt niet de hele wereld van mogelijkheden vergeleken, maar alleen wat werkelijk relevant is.

Niet iedere keuze verdient dezelfde hoeveelheid denkwerk

Een praktische manier om beslisbelasting te verminderen is vooraf bepalen hoe belangrijk de beslissing werkelijk is. Sommige keuzes verdienen uitgebreid onderzoek. Andere hoeven alleen voldoende goed te zijn. Wanneer iedere kleine keuze behandeld wordt alsof ze grote toekomstige gevolgen heeft, raakt het beslissysteem overbelast. De vraag “Hoeveel tijd en mentale energie is deze beslissing waard?” kan daarom verrassend nuttig zijn.

Ook omkeerbaarheid speelt mee. Een keuze die later gemakkelijk aangepast kan worden hoeft vaak minder uitgebreid geoptimaliseerd te worden dan een beslissing met grote en moeilijk terug te draaien gevolgen. Daarmee verschuift de aandacht van zekerheid naar proportionaliteit: hoeveel informatie heb ik redelijkerwijs nodig voor dit type keuze?

Zelfs bij belangrijke beslissingen blijft volledige zekerheid meestal onmogelijk. Je kunt een nieuwe functie zorgvuldig onderzoeken en toch pas na enkele maanden ontdekken hoe de organisatie werkelijk functioneert. Je kunt een opleiding zorgvuldig kiezen en gaandeweg merken dat je interesses veranderen.

Een goede keuze garandeert dus geen perfecte uitkomst. Dat onderscheid is belangrijk, omdat we beslissingen achteraf gemakkelijk beoordelen op basis van wat er uiteindelijk gebeurde. Maar een zorgvuldig genomen beslissing kan door onverwachte omstandigheden slecht uitpakken, terwijl een impulsieve keuze toevallig uitstekend kan eindigen. De kwaliteit van de uitkomst en de kwaliteit van het besluitvormingsproces zijn niet hetzelfde. De centrale vraag hoeft daarom niet te zijn: “Welke optie is absoluut de beste?” Een realistischer vraag is: “Welke keuze past, op basis van wat ik nu weet, voldoende bij mijn belangrijkste waarden, behoeften en omstandigheden? ”Dat neemt onzekerheid niet volledig weg. Het maakt beslissen wel menselijker en realistischer.

Verder ontdekken met TestCompass

Keuzestress kan samenhangen met besluitvorming, perfectionisme, werkwaarden, loopbaanvoorkeuren, psychologische flexibiliteit en probleemoplossend vermogen. TestCompass-instrumenten rond deze thema's kunnen helpen criteria en patronen duidelijker te maken wanneer iemand voor een belangrijke keuze staat. Een test neemt de beslissing daarbij niet over, maar kan helpen om relevante voorkeuren en afwegingen beter te structureren.

Bronnen

Chernev, A., Böckenholt, U., & Goodman, J. (2015). Choice overload: A conceptual review and meta-analysis. Journal of Consumer Psychology, 25(2), 333–358.

Iyengar, S. S., & Lepper, M. R. (2000). When choice is demotivating: Can one desire too much of a good thing? Journal of Personality and Social Psychology, 79(6), 995–1006.

Schwartz, B., Ward, A., Monterosso, J., Lyubomirsky, S., White, K., & Lehman, D. R. (2002). Maximizing versus satisficing: Happiness is a matter of choice. Journal of Personality and Social Psychology, 83(5), 1178–1197.

Scheibehenne, B., Greifeneder, R., & Todd, P. M. (2010). Can there ever be too many options? A meta-analytic review of choice overload. Journal of Consumer Research, 37(3), 409–425.

Simon, H. A. (1955). A behavioral model of rational choice. The Quarterly Journal of Economics, 69(1), 99–118.

© TestCompass.eu

Alle rechten voorbehouden. Overname of verspreiding zonder voorafgaande toestemming is niet toegestaan.

Alle artikels