Teams & Samenwerking

Psychologische veiligheid: durf jij op je werk te zeggen wat je werkelijk denkt?

Je ziet dat een collega mogelijk een fout heeft gemaakt, maar zegt niets. Tijdens een vergadering begrijp je een beslissing niet, maar iedereen lijkt…

Je ziet dat een collega mogelijk een fout heeft gemaakt, maar zegt niets. Tijdens een vergadering begrijp je een beslissing niet, maar iedereen lijkt akkoord te gaan en dus houd je je vraag voor jezelf. Een project dreigt mis te lopen, maar niemand wil degene zijn die het slechte nieuws aan de leidinggevende brengt. Op papier lijkt er misschien weinig conflict te bestaan. Toch kan juist dat stilzwijgen een belangrijk signaal zijn. Psychologische veiligheid gaat over de mate waarin mensen binnen een team ervaren dat zij interpersoonlijke risico's kunnen nemen: een vraag stellen, een fout toegeven, om hulp vragen, een afwijkende mening uitspreken of onzekerheid tonen zonder te verwachten dat zij daarvoor worden vernederd, buitengesloten of afgestraft.

Veiligheid betekent niet dat iedereen het met elkaar eens is

Het begrip werd vooral bekend door het onderzoek van Harvard-professor Amy Edmondson. Zij definieerde psychologische veiligheid als een gedeelde overtuiging dat het team veilig is voor interpersoonlijk risicogedrag. Dat woord gedeeld is belangrijk. Het gaat niet alleen over de persoonlijkheid van één medewerker. Een van nature assertief persoon kan zich in een bepaald team toch terughoudend opstellen wanneer eerdere ervaringen hebben geleerd dat tegenspraak wordt afgestraft.

Teams waarin nauwelijks discussie bestaat worden soms als harmonieus gezien. Vergaderingen verlopen rustig, conflicten zijn zeldzaam en beslissingen worden snel aanvaard. Maar stilte kan verschillende betekenissen hebben. Misschien bestaat er werkelijk veel overeenstemming. Het kan ook zijn dat medewerkers hebben geleerd dat spreken weinig oplevert of sociaal riskant is.

Wanneer iemand na een kritische vraag publiekelijk wordt afgeblaft, kijken collega's de volgende keer waarschijnlijk beter uit. Wanneer slecht nieuws steevast leidt tot de vraag “Wie heeft dit veroorzaakt?”, kan informatie steeds later naar boven komen. Het team lijkt dan rustig, terwijl onder de oppervlakte juist veel informatie wordt achtergehouden.

Daarmee raakt psychologische veiligheid aan onderzoek naar employee voice: het vrijwillig uitspreken van ideeën, zorgen, suggesties of informatie die relevant kan zijn voor verbetering. Morrison beschrijft hoe medewerkers voortdurend impliciet afwegen of spreken zinvol en veilig genoeg is. Zwijgen betekent daarom niet noodzakelijk dat iemand niets te zeggen heeft.

Een veelvoorkomend misverstand is dat psychologische veiligheid betekent dat niemand zich ongemakkelijk mag voelen. Dat is niet zo. In een psychologisch veilig team kunnen stevige discussies plaatsvinden. Collega's kunnen het fundamenteel oneens zijn, prestaties kritisch bespreken en moeilijke feedback geven. Het verschil zit in de manier waarop dat gebeurt.

Een idee kan stevig worden bevraagd zonder de persoon die het idee naar voren bracht belachelijk te maken. Een fout kan onderzocht worden zonder iemand onmiddellijk als incompetent te bestempelen. Psychologische veiligheid betekent dus niet afwezigheid van spanning, maar dat spanning niet automatisch verandert in een bedreiging van iemands sociale positie.

Fouten, vragen en slecht nieuws zijn belangrijke tests

Psychologische veiligheid wordt bijzonder zichtbaar wanneer iets misgaat. In veel beroepen is het essentieel dat fouten en risico's vroeg worden gemeld. Wanneer medewerkers bang zijn voor de gevolgen daarvan, ontstaat een gevaarlijke paradox: de organisatie lijkt minder fouten te hebben omdat minder fouten worden gerapporteerd.

Het probleem is uiteraard niet verdwenen. Alleen de informatie over het probleem is verdwenen.

Edmondson ontdekte in haar vroege onderzoek een opvallend verband waarbij teams met een betere werkcultuur soms méér fouten rapporteerden. Een belangrijke verklaring was niet noodzakelijk dat zij meer fouten maakten, maar dat fouten gemakkelijker bespreekbaar waren. Dat illustreert waarom eenvoudige cijfers zonder context misleidend kunnen zijn. Veel gemelde incidenten kunnen soms juist wijzen op een omgeving waarin problemen zichtbaar mogen worden. Dat is vooral relevant in zorg, industrie en andere omgevingen waarin kleine fouten grote gevolgen kunnen hebben. Een lerende organisatie heeft niet alleen procedures nodig om fouten te voorkomen, maar ook een klimaat waarin afwijkingen vroeg gemeld kunnen worden.

Hetzelfde mechanisme speelt op kleinere schaal bij hulp vragen. In sommige teams is “Ik weet het niet” een normale uitspraak. In andere proberen medewerkers zo lang mogelijk de indruk te geven dat zij alles onder controle hebben. Dat kan bijzonder problematisch zijn voor nieuwe medewerkers. Wanneer iedereen doet alsof alles vanzelfsprekend is, kan iemand denken dat hij de enige is die iets niet begrijpt.

De reactie van de groep bepaalt vervolgens wat iemand leert. Stel dat een medewerker tijdens een vergadering zegt: “Volgens mij is deze planning niet haalbaar.” Wordt gevraagd waarom hij dat denkt? Worden de argumenten onderzocht? Of krijgt hij te horen dat hij altijd problemen ziet? Die concrete reactie zegt meer over de cultuur dan een poster waarop staat dat de organisatie ‘open communicatie’ belangrijk vindt. Mensen leren snel welk gedrag in werkelijkheid wordt beloond en welk gedrag sociale kosten heeft.

Leiderschap, macht en minderheidsstandpunten

Leidinggevenden hebben door hun formele positie een bijzondere invloed op psychologische veiligheid. Een manager die zegt “Mijn deur staat altijd open” creëert daarmee nog geen veiligheid. Veel belangrijker is wat er gebeurt wanneer iemand daadwerkelijk met slecht nieuws door die deur komt.

Wordt eerst onderzocht wat er aan de hand is? Wordt de medewerker bedankt voor het tijdig signaleren? Of ontstaat onmiddellijk irritatie en wordt gezocht naar een schuldige? Ook de manier waarop leidinggevenden met hun eigen onzekerheid omgaan geeft signalen. Een manager die nooit toegeeft iets niet te weten kan onbedoeld communiceren dat onzekerheid ongewenst is. Een leidinggevende die kan zeggen “Dat heb ik verkeerd ingeschat” laat zien dat competentie en feilbaarheid naast elkaar kunnen bestaan.

Macht speelt ook buiten formeel leiderschap een rol. In groepen passen mensen zich gemakkelijk aan de meerderheid aan. Wanneer vijf collega's enthousiast zijn over een voorstel kan de zesde aarzelen om te zeggen dat hij een fundamenteel probleem ziet. Klassiek sociaalpsychologisch onderzoek naar conformiteit laat zien hoe sterk groepsdruk kan zijn, zelfs wanneer die druk niet expliciet wordt uitgesproken.

Juist daarom zijn minderheidsstandpunten waardevol. Een afwijkende mening hoeft niet correct te zijn om nuttig te zijn. Ze kan de groep dwingen aannames opnieuw te onderzoeken en informatie te bekijken die anders onbesproken bleef.

Psychologische veiligheid betekent daarbij niet dat iedere mening evenveel gewicht moet krijgen of dat beslissingen eindeloos worden uitgesteld. Het betekent dat relevante informatie naar voren kan komen voordat een beslissing wordt genomen.

Ook in hybride teams verdient dit aandacht. Online vergaderingen veranderen de sociale dynamiek. Sommige medewerkers spreken fysiek gemakkelijk spontaan, maar vinden het moeilijker om in een grote online meeting tussen te komen. Informatie kan bovendien ongelijk verdeeld raken wanneer een deel van het team vaak fysiek samenwerkt en anderen vooral op afstand werken. Inclusieve werkvormen – bijvoorbeeld expliciet verschillende teamleden uitnodigen om perspectieven te delen – kunnen dan belangrijker worden.

Veiligheid én verantwoordelijkheid

Psychologische veiligheid wordt soms voorgesteld als het tegenovergestelde van hoge prestatienormen. Edmondson benadrukt juist dat beide dimensies kunnen samengaan. Een omgeving kan psychologisch veilig zijn én hoge verwachtingen hebben.

Een medewerker kan zich veilig voelen om een fout toe te geven en tegelijkertijd verantwoordelijk worden gehouden voor het herstellen ervan. Een collega kan een afwijkende mening uitspreken en vervolgens gevraagd worden die goed te onderbouwen. Een leidinggevende kan begrip tonen voor een probleem en toch duidelijke afspraken maken over verbetering.

Een team waarin niemand elkaar aanspreekt omdat kritiek ongemakkelijk zou kunnen zijn, is dus niet automatisch psychologisch veilig. Misschien worden moeilijke gesprekken juist vermeden. Daarom is het nuttiger naar concrete gedragingen te kijken dan naar de algemene vraag “Voelt ons team veilig?” Wat gebeurt er wanneer iemand een fout maakt? Kunnen medewerkers zeggen dat ze iets niet begrijpen? Wordt slecht nieuws vroeg gedeeld? Kan een junior een senior tegenspreken? Worden afwijkende ideeën onderzocht? Kan iemand om hulp vragen zonder zijn professionele geloofwaardigheid te verliezen?

Misschien nog interessanter is de vraag: “Welke dingen worden in dit team wel gedacht, maar zelden hardop gezegd?” Het antwoord kan bijzonder veel vertellen.

Psychologische veiligheid ontstaat uiteindelijk niet door één workshop of teamdag. Mensen leren door honderden kleine ervaringen of spreken veilig genoeg is. Iedere vraag, fout, vergadering en reactie levert nieuwe informatie: Word ik serieus genomen wanneer ik iets afwijkends zeg? Kan ik toegeven dat ik iets niet weet? Wordt mijn fout later tegen mij gebruikt? Daarom ontstaat veiligheid vooral in dagelijkse interacties. Kleine reacties kunnen na verloop van tijd een groot cultureel effect krijgen.

Verder ontdekken met TestCompass

Verschillende TestCompass-instrumenten kunnen aspecten onderzoeken die samenhangen met teamwerking, bedrijfscultuur, conflicthantering, roddelcultuur en leiderschap. Ze kunnen helpen patronen zichtbaar en bespreekbaar te maken. Wanneer sprake is van ernstig grensoverschrijdend gedrag of psychosociale risico's op het werk, vervangt een test uiteraard geen professionele of formele beoordeling.

Bronnen

Edmondson, A. (1999). Psychological safety and learning behavior in work teams. Administrative Science Quarterly, 44(2), 350–383.

Edmondson, A. C., & Lei, Z. (2014). Psychological safety: The history, renaissance, and future of an interpersonal construct. Annual Review of Organizational Psychology and Organizational Behavior, 1, 23–43.

Frazier, M. L., Fainshmidt, S., Klinger, R. L., Pezeshkan, A., & Vracheva, V. (2017). Psychological safety: A meta-analytic review and extension. Personnel Psychology, 70(1), 113–165.

Morrison, E. W. (2014). Employee voice and silence. Annual Review of Organizational Psychology and Organizational Behavior, 1, 173–197.

Newman, A., Donohue, R., & Eva, N. (2017). Psychological safety: A systematic review of the literature. Human Resource Management Review, 27(3), 521–535.

© TestCompass.eu

Alle rechten voorbehouden. Overname of verspreiding zonder voorafgaande toestemming is niet toegestaan.

Alle artikels