Leiderschap & Organisatie

Toxische werkomgeving: hoe herken je een ongezonde werkcultuur?

Een moeilijke leidinggevende, een conflict met een collega of een periode met hoge werkdruk maakt een werkomgeving niet automatisch toxisch. Op iedere…

Een moeilijke leidinggevende, een conflict met een collega of een periode met hoge werkdruk maakt een werkomgeving niet automatisch toxisch. Op iedere werkplek ontstaan spanningen, fouten en meningsverschillen. Het begrip toxische werkomgeving wordt daarom soms te gemakkelijk gebruikt voor situaties die vooral onaangenaam of tijdelijk moeilijk zijn. Toch bestaan er werkcontexten waarin ongezonde gedragspatronen structureel worden. Angst, vernedering, intimidatie, uitsluiting, roddel, willekeur of voortdurend grensoverschrijdend gedrag kunnen dan onderdeel worden van de dagelijkse cultuur. Het probleem zit niet langer alleen in één incident, maar in patronen die zich herhalen, worden getolereerd of geleidelijk normaal zijn geworden.

Kijk naar patronen en naar wat er gebeurt wanneer iemand ze benoemt

Toxische werkomgeving is geen formele psychologische diagnose en ook geen scherp afgebakend wetenschappelijk construct. Wetenschappelijk onderzoek gebruikt specifiekere begrippen zoals workplace bullying, incivility, abusive supervision, ostracism, psychosocial safety climate en psychological safety. Dat is meer dan een terminologische kwestie. Hoe concreter we benoemen wat er gebeurt, hoe beter we kunnen begrijpen wat het probleem is.

Een belangrijk verschil tussen een incidenteel conflict en een ongezond patroon is herhaling en context. Een leidinggevende kan één keer onredelijk reageren onder grote druk. Collega's kunnen ruzie krijgen en later tot een oplossing komen. Dat is onaangenaam, maar zegt nog weinig over de volledige organisatiecultuur. Anders wordt het wanneer medewerkers structureel worden vernederd, bepaalde personen herhaaldelijk worden buitengesloten, fouten systematisch worden gebruikt om schuldigen aan te wijzen of medewerkers voortdurend bang zijn voor de reactie van hun leidinggevende.

Onderzoek naar workplace bullying benadrukt eveneens het terugkerende karakter van negatief gedrag en de moeilijkheid die het doelwit kan ervaren om zich daartegen te verdedigen. Niet ieder meningsverschil of onvriendelijk incident is dus pesten. Juist frequentie, duur, machtsverhouding en patroon zijn relevant.

Een bijzonder informatieve vraag is daarom: “Wat gebeurt er wanneer iemand dit gedrag probeert te bespreken?” Wordt er geluisterd, onderzocht en zo nodig gecorrigeerd? Of wordt de medewerker die het probleem benoemt zelf als lastig, negatief of onvoldoende loyaal beschouwd? De manier waarop een organisatie op signalen reageert zegt vaak minstens zoveel als het oorspronkelijke incident.

Psychologische veiligheid, uitsluiting en sociale onzekerheid

Amy Edmondsons concept psychologische veiligheid is relevant om een deel van deze dynamiek te begrijpen. In een psychologisch veilige werkomgeving kunnen medewerkers vragen stellen, twijfels uitspreken, fouten melden en afwijkende meningen geven zonder voortdurend bang te zijn voor vernedering of sociale bestraffing. Dat betekent niet dat iedereen altijd gelijk krijgt of dat prestaties niet kritisch besproken mogen worden. Veiligheid is niet hetzelfde als vrijblijvendheid. Juist in een veilige omgeving kan stevige inhoudelijke feedback mogelijk zijn omdat kritiek gericht blijft op gedrag, keuzes en resultaten en niet wordt gebruikt om mensen persoonlijk kleiner te maken.

Wanneer medewerkers daarentegen leren dat zwijgen veiliger is dan spreken, kan belangrijke informatie verloren gaan. Problemen worden later gemeld, fouten worden verborgen en mensen vertellen leidinggevenden vooral wat zij denken dat die willen horen. Een organisatie kan daardoor aan de buitenkant rustig lijken terwijl er intern weinig echte openheid bestaat.

Ook roddel, uitsluiting en groepsvorming kunnen bijdragen aan een onveilig klimaat. Niet ieder gesprek over een afwezige collega is schadelijk, maar wanneer negatieve gesprekken een belangrijk onderdeel van de sociale cultuur worden, kan vertrouwen afnemen. Wie voortdurend hoort hoe anderen besproken worden, gaat zich vanzelf afvragen wat er gezegd wordt wanneer hij zelf niet aanwezig is.

Uitsluiting kan bovendien subtiel zijn. Informatie wordt niet doorgestuurd, iemand wordt consequent niet betrokken bij informeel overleg of bepaalde medewerkers krijgen structureel minder toegang tot relevante contacten. Onderzoek naar workplace ostracism laat zien dat genegeerd of uitgesloten worden samenhangt met relevante welzijns- en werkuitkomsten. Afzonderlijke gebeurtenissen kunnen gemakkelijk als toeval worden gezien. Juist het terugkerende patroon maakt ze betekenisvol.

Ook onvoorspelbaarheid kan belastend zijn

Een ongezonde werkomgeving hoeft niet altijd luid of openlijk agressief te zijn. Voortdurende onvoorspelbaarheid kan eveneens veel spanning veroorzaken. Wanneer regels afhankelijk lijken van wie erbij betrokken is, de reactie van een leidinggevende sterk wisselt of medewerkers nooit weten welk gedrag morgen bekritiseerd zal worden, ontstaat onzekerheid.

Mensen kunnen daardoor steeds alerter worden op signalen uit hun omgeving. Ze wegen woorden af, controleren extra en proberen situaties te vermijden die mogelijk kritiek oproepen. Een deel van de mentale energie gaat dan niet langer naar het werk zelf, maar naar het inschatten van sociale risico's.

Onderzoek naar abusive supervision heeft bijvoorbeeld aandacht voor aanhoudend vijandig verbaal en non-verbaal gedrag van leidinggevenden, zonder fysieke agressie. Dergelijke concepten zijn nuttiger dan het algemene label toxisch, omdat ze concreter aangeven welk gedrag onderzocht wordt en welke relatie daarbij centraal staat.

Langdurig problematische culturen hebben bovendien de neiging zichzelf te normaliseren. Nieuwe medewerkers merken soms onmiddellijk gedrag op dat collega's na jaren nauwelijks nog benoemen. “Zo gaat het hier nu eenmaal” wordt dan een verklaring voor schreeuwen, vernedering, structurele overbelasting of favoritisme.

Gewenning maakt gedrag echter niet gezond. Organisatiecultuur bestaat juist voor een groot deel uit gedragingen en aannames die binnen een groep vanzelfsprekend zijn geworden. Wat wordt toegestaan? Waar wordt om gelachen? Welk gedrag levert status op? Wie wordt beschermd? Wat gebeurt er wanneer iemand een grens stelt? Dagelijkse interacties vertellen daarom vaak meer over de feitelijke cultuur dan officiële waarden op een website.

Leidinggevenden beïnvloeden wat normaal wordt

Leidinggevenden hebben veel invloed op de sociale normen binnen een team, niet alleen door hun eigen gedrag maar ook door het gedrag dat zij tolereren. Wanneer een leidinggevende zelf respectvol communiceert maar niets doet wanneer medewerkers structureel worden vernederd of buitengesloten, krijgt het team alsnog het signaal dat dit blijkbaar acceptabel is. Omgekeerd kan een leidinggevende die fouten bespreekbaar maakt, consequent reageert op grensoverschrijdend gedrag en openstaat voor tegenspraak bijdragen aan een veiliger klimaat.

Dat betekent niet dat alle cultuurproblemen door één manager worden veroorzaakt of opgelost. Organisatiebeleid, werkdruk, beloningssystemen, senior leiderschap en informele machtsverhoudingen spelen eveneens mee. Wanneer leidinggevenden bijvoorbeeld uitsluitend worden afgerekend op resultaten en de manier waarop die resultaten worden bereikt nauwelijks meetelt, kan ongewenst gedrag indirect worden beloond.

Ook hier helpt het om cultuur niet als iets abstracts te behandelen. Cultuur wordt mede zichtbaar in wat consequenties heeft en wat zonder consequenties blijft.

Een ongezonde omgeving kan gedrag van medewerkers veranderen

Mensen reageren verschillend op een onveilige omgeving. De ene wordt stiller en vermijdt conflicten. Een ander gaat juist harder werken om kritiek te voorkomen. Sommigen zoeken bondgenoten, anderen trekken zich emotioneel terug. Daardoor kunnen gedragingen ontstaan die later als individuele problemen worden geïnterpreteerd.

Een medewerker die nauwelijks nog initiatief neemt lijkt misschien ongemotiveerd. Maar wanneer ieder initiatief in het verleden onmiddellijk werd afgewezen of afgestraft, kan terughoudendheid een begrijpelijke aanpassing zijn. Iemand die ieder document vijf keer controleert lijkt misschien extreem perfectionistisch, terwijl het gedrag gedeeltelijk kan zijn ontstaan in een omgeving waarin kleine fouten publiekelijk worden afgestraft.

Dat betekent niet dat individueel gedrag nooit verantwoordelijkheid van de persoon zelf is. Wel betekent het dat gedrag beter wordt begrepen wanneer ook de context wordt onderzocht. De vraag “Wat is er mis met deze medewerker?” kan soms beter worden aangevuld met “Wat heeft deze medewerker in deze omgeving geleerd dat nodig is om zichzelf te beschermen?”

Daarom is het woord toxisch soms minder behulpzaam dan het lijkt. Het is vaak informatiever om precies te benoemen wat er gebeurt: herhaaldelijke vernedering, intimidatie, uitsluiting, informatie achterhouden, willekeurige besluitvorming, structureel onhaalbare werkdruk, pesten of discriminatie. Concrete beschrijvingen maken het gemakkelijker om te bepalen wat moet veranderen en welke ondersteuning nodig kan zijn.

Bij ernstig grensoverschrijdend gedrag, pesten, discriminatie, intimidatie of situaties die de veiligheid of gezondheid aantasten, kan professionele of formele ondersteuning aangewezen zijn. Een online vragenlijst kan helpen patronen te ordenen, maar kan niet vaststellen wat juridisch of formeel bewezen is.

Een gezonde organisatie hoeft dus niet probleemloos te zijn. Die organisatie bestaat waarschijnlijk niet. Het verschil zit mede in het vermogen om problemen zichtbaar, bespreekbaar en corrigeerbaar te maken. Misschien is daarom de meest veelzeggende vraag over een werkcultuur niet “Gaan hier dingen fout?”, maar: “Wat gebeurt er hier wanneer iemand zegt dat er iets fout gaat?”

Verder ontdekken met TestCompass

TestCompass bevat verschillende instrumenten waarmee aspecten van de werkomgeving afzonderlijk kunnen worden verkend, waaronder testen rond bedrijfscultuur, pesten op het werk, roddelcultuur, teamwerking en welzijn op het werk. Zulke instrumenten kunnen helpen om ervaringen en patronen te structureren, maar vervangen geen formeel onderzoek wanneer sprake is van ernstig grensoverschrijdend gedrag.

Bronnen

Edmondson, A. (1999). Psychological safety and learning behavior in work teams. Administrative Science Quarterly, 44(2), 350–383.

Einarsen, S., Hoel, H., Zapf, D., & Cooper, C. L. (Eds.). (2020). Bullying and harassment in the workplace: Theory, research and practice (3rd ed.). CRC Press.

Howard, M. C., Cogswell, J. E., & Smith, M. B. (2020). The antecedents and outcomes of workplace ostracism: A meta-analysis. Journal of Applied Psychology, 105(6), 577–596.

Schyns, B., & Schilling, J. (2013). How bad are the effects of bad leaders? A meta-analysis of destructive leadership and its outcomes. The Leadership Quarterly, 24(1), 138–158.

Tepper, B. J. (2000). Consequences of abusive supervision. Academy of Management Journal, 43(2), 178–190.

© TestCompass.eu

Alle rechten voorbehouden. Overname of verspreiding zonder voorafgaande toestemming is niet toegestaan.

Alle artikels